Als je wilt voorkomen dat je vlinderstruik straks bij je aan de ontbijttafel zit, mag je hem in het voorjaar lekker kortwieken. En dat mag rigoureus, radicaal, chop chop het mes erin.
De Buddleja, dat is de artiestennaam van de vlinderstruik, wordt gesnoeid na de winter. Denk ergens in maart, mits er geen vorst meer op het menu staat. De lange lijzige twijgen van de vlinderstruik zijn de winterbescherming van de plant. Zodra het lente is mag zijn winterjas uit.
Pak een lekkere stevige takkenschaar. Je knipt hem ieder jaar op zo’n 60 tot 80 centimeter van de grond lekker kort. De plant is knalsterk en kan zo’n drastische snoeibeurt wel waarderen. Hij loopt vanuit alle knoppen, de toefjes groen, die blijven zitten direct weer uit. De bovenste twijgen groeien het eerst.
Je mag de vlinderstruik ook nog strenger snoeien. Doe je dat, dan heeft hij meer tijd nodig om uit te lopen. Maar uitlopen doet ie. Met zo’n nog strengere snoei blijft je Buddleja compacter en zullen de bloemen minder hoog bloeien.
Maar snoeien moet niet. Wil je je vlinderstruik niet knippen, doe je het lekker niet. Mag ook.
Meer weten over wat je mag doen in je tuin per maand? Koop mijn boek!